Voor ouders

    Hoeveel zakgeld geef je per leeftijd?

    Met zakgeld oefent je kind voor een paar euro per week met kiezen, sparen en af en toe balen. Maar hoeveel geef je op welke leeftijd? Dit zijn de richtbedragen, plus de afspraken die zakgeld echt leerzaam maken.

    Timo Tientje met portemonnee

    Het korte antwoord

    Het Nibud noemt voor de basisschool een bedrag per week: van € 1,20 tot € 2,30 op zesjarige leeftijd, oplopend tot € 2,60 tot € 4,70 op twaalf jaar. Vanaf de middelbare school rekent het Nibud per maand, van € 20 tot € 22 bij twaalf jaar tot € 40 tot € 50 bij achttien. Begin rond zes jaar, als een kind munten gaat herkennen. Het bedrag doet minder dan de afspraak eromheen: een vast moment, en op is op.

    Wil je meteen het bedrag voor één leeftijd zien, of nagaan hoe wat je nu geeft zich tot deze cijfers verhoudt? Gebruik de rekenhulp voor zakgeld. Je kunt de uitkomst delen en afdrukken.

    Richtbedragen per leeftijd

    Er bestaat geen wet voor zakgeld: het juiste bedrag hangt af van wat bij jullie gezin past en wat je kind er zelf van moet betalen. Het Nibud publiceert richtbedragen op basis van wat Nederlandse gezinnen geven; die vind je hieronder. Voor de basisschool werkt zakgeld per week het best:

    LeeftijdRichtbedrag
    6 jaar€ 1,20 tot € 2,30 per week
    7 jaar€ 1,40 tot € 2,30 per week
    8 jaar€ 1,90 tot € 2,80 per week
    9 jaar€ 2,30 tot € 2,90 per week
    10 jaar€ 2,30 tot € 2,80 per week
    11 jaar€ 2,30 tot € 3,50 per week
    12 jaar€ 2,60 tot € 4,70 per week
    Euromunten
    Weekzakgeld het liefst in echte munten: geld dat je kind kan vasthouden, leert het snelst.

    Op de middelbare school stap je over op een bedrag per maand:

    LeeftijdRichtbedrag
    12 jaar€ 20 tot € 22 per maand
    13 jaar€ 20 tot € 25 per maand
    14 jaar€ 25 tot € 32 per maand
    15 jaar€ 25 tot € 35 per maand
    16 jaar€ 25 tot € 43 per maand
    17 jaar€ 25 tot € 40 per maand
    18 jaar€ 40 tot € 50 per maand
    Eurobiljetten
    Maandgeld went je kind aan grotere bedragen en langer vooruitkijken.

    Het Nibud adviseert te starten rond zes jaar, als kinderen munten gaan herkennen. Is je kind vier of vijf en wil je alvast oefenen? Een klein symbolisch bedrag, zoals vijftig cent per week in een doorzichtige spaarpot, is dan genoeg: het gaat op die leeftijd om het ritueel, niet om het bedrag.

    Belangrijker dan het exacte bedrag: geef het op een vast moment, en houd je eraan. Van een voorspelbaar bedrag leert je kind plannen; van losse euro's tussendoor leert het vooral vragen.

    Wanneer stap je over op maandgeld?

    Rond de twaalf jaar, ongeveer met de start van de middelbare school, is een mooi moment om van weekgeld naar maandgeld te gaan. Een maand vooruitkijken is een flinke stap: je kind moet leren dat de maand nog lang duurt als het geld in week één al op is. Dat gaat een keer mis, en juist dat is de les.

    Veel ouders voegen vanaf die leeftijd ook kleedgeld toe: een vast bedrag waar je kind zelf kleding van koopt. Spreek duidelijk af wat er wel en niet onder valt, anders wordt elke aankoop een onderhandeling.

    Wat betaalt je kind er zelf van?

    Dit is de vraag waar het thuis meestal op stukloopt, en hij gaat vooraf aan het bedrag. Zolang niet vastligt wat eronder valt, wordt elke aankoop een onderhandeling: is dit nou van jou of van ons? Twee gezinnen met precies hetzelfde weekbedrag kunnen daardoor een totaal andere ervaring hebben.

    Op de basisschool houden de meeste gezinnen het klein. Snoep en ijsjes, een tijdschrift, een cadeautje voor een vriendje, en wat je kind wil sparen. Alles wat je kind nodig heeft in plaats van leuk vindt, blijft bij jou: schoolspullen, kleren, de sportclub. Zo blijft het zakgeld waar het voor bedoeld is, namelijk oefenen met kiezen.

    Op de middelbare school groeit het lijstje mee met de vrijheid. Beltegoed, uitgaan, bioscoop, cadeaus voor vrienden, en ergens rond twaalf tot dertien jaar komt bij veel gezinnen kleedgeld erbij als apart bedrag. Hoe meer je eronder schuift, hoe hoger het bedrag moet zijn, en hoe meer je kind zelf mag beslissen.

    Schrijf het één keer samen op en hang het ergens op. Niet omdat het officieel moet zijn, maar omdat je er dan naar kunt wijzen in plaats van erover te discussiëren. En houd de lijst kort: wat er niet op staat, is van jou. Hoe je daarna bijhoudt wat er binnenkomt en weggaat, van potjes tot een app, staat in de gids over zakgeld bijhouden.

    Zakgeld en klusjes: koppelen of niet?

    Hier verschillen gezinnen echt. Een handige middenweg: het basiszakgeld is onvoorwaardelijk, want leren omgaan met geld moet niet stoppen als de was niet is opgevouwen. Daarnaast kun je extra klusjes belonen, zoals de auto wassen of bladeren vegen. Zo ervaart je kind ook dat werken iets oplevert. Vanaf een jaar of dertien kan dat een echt bijbaantje worden, en dan verandert het gesprek over geld vanzelf.

    De belangrijkste regel van zakgeld: niet bijspringen als het op is. Een kind dat halverwege de week zonder zit en dat zelf moet oplossen, leert meer van die ene week dan van tien goede gesprekken.

    Maak er een leermoment van

    Zakgeld werkt het best als je kind er iets mee mág doen, ook iets doms. Stel samen een spaardoel, laat je kind zelf afrekenen bij de kassa, en praat af en toe over de keuzes zonder te oordelen. Wil je dat oefenen makkelijker maken, dan helpt een omgeving waar je kind veilig kan proberen en fouten maken.

    Veelgestelde vragen

    Hoeveel zakgeld geef je een kind van 10?

    Het Nibud noemt voor 10 jaar een richtbedrag van 2,30 tot 2,80 euro per week. Belangrijker dan het exacte bedrag: geef het op een vast moment en houd vast aan de afspraak dat op op is.

    Vanaf welke leeftijd geef je zakgeld?

    Het Nibud adviseert te starten rond zes jaar, als kinderen munten gaan herkennen. Eerder oefenen kan met een klein symbolisch bedrag, bijvoorbeeld vijftig cent per week in een doorzichtige spaarpot.

    Moet zakgeld gekoppeld worden aan klusjes?

    Een handige middenweg: het basiszakgeld is onvoorwaardelijk, en extra klusjes zoals de auto wassen beloon je apart. Zo stopt het leren omgaan met geld niet als de was niet is opgevouwen.

    Wanneer stap je over van weekgeld naar maandgeld?

    Rond twaalf jaar, meestal bij de start van de middelbare school. Een maand vooruitkijken is een flinke stap: dat het geld een keer te vroeg op is, is precies de les.

    Wat moet een kind zelf betalen van zijn zakgeld?

    Op de basisschool meestal alleen leuke dingen: snoep, een tijdschrift, een cadeautje voor een vriendje en wat het wil sparen. Schoolspullen, kleren en de sportclub blijven bij de ouders. Op de middelbare school komen beltegoed, uitgaan en cadeaus erbij, en vaak kleedgeld als apart bedrag. Hoe meer eronder valt, hoe hoger het bedrag moet zijn.

    Krijgt een kind meer zakgeld op zijn verjaardag?

    Het bedrag verhogen op de verjaardag is een handige gewoonte: het moment ligt vast, je hoeft er niet over te onderhandelen, en je kind ziet dat er iets tegenover ouder worden staat. Een keer per jaar naar het richtbedrag van de nieuwe leeftijd is genoeg.

    Hoeveel zakgeld geef je bij meerdere kinderen?

    Per leeftijd, niet per kind hetzelfde. Een kind van twaalf krijgt meer dan een kind van zeven, en dat is uit te leggen: er valt ook meer onder. Wat wel gelijk moet zijn, zijn de regels eromheen, want daar gaat het scheef als het verschilt.

    Oefenen in de praktijk

    In de app oefent je kind dit zelf, in missies van een paar minuten. Gratis te beginnen, zonder reclame en zonder aankopen.

    Download in de

    App Store

    Android en computer

    Werkt gewoon in je browser