Je kind ziet nooit contant geld

    Papa houdt een pasje tegen een kastje en er komt eten uit. Mama tikt op haar telefoon en de speelgoedwinkel geeft een tas mee. Voor een kind van vier is dat niet betalen, dat is toveren. Dit is wat er precies misgaat in dat hoofd, en wat je eraan doet zonder je hele huishouden op contant geld om te gooien.

    Penny met een portemonnee

    Wat een kind ziet als jij pint

    Dit speelt vooral bij de jongste kinderen; wat er in die jaren verder aan bod komt staat in geld leren van 4 tot 7 jaar. Een jong kind leert veel door te kijken. Wat het ziet bij de kassa is dit: mama houdt een pasje bij een apparaatje, het piept, en we lopen weg met een tas vol spullen. Er gaat niets weg. Er komt alleen iets bij. Wie dat honderd keer ziet, trekt de enige conclusie die logisch is: dat pasje maakt spullen.

    Dat is geen domheid, dat is goed opletten. Het probleem is dat het onzichtbare deel van de transactie precies het deel is dat je wilt leren: er ging iets af, iemand heeft daarvoor gewerkt, en er is minder over dan daarvoor. Bij contant geld zag een kind dat vanzelf. De munt was weg. Nu is er niets om te zien.

    Waarom uitleggen niet genoeg is

    De reflex is om het te vertellen: er staat geld op de bank en dat gaat eraf. Maar die zin is lastig te volgen als je er niets van ziet of vasthoudt. Een getal dat kleiner wordt is abstract. Munten die weg zijn, zijn dat niet.

    Ook bij munten is wat je ziet niet altijd wat het waard is. Een munt van 50 cent is groter dan een munt van 1 euro, en een munt van 5 cent is groter dan een munt van 10 cent. Groter is dus niet altijd meer. Dat oefen je het snelst met een paar geldspelletjes aan de keukentafel. Pas als een kind zelf heeft gemerkt dat je met die kleinere munt meer kunt kopen, valt het kwartje. Zien en meemaken doet hier het werk, niet de uitleg.

    Penny met een muntstuk van twee euro
    Groter is niet altijd meer waard: een munt van 50 cent is groter dan een munt van 1 euro.

    Maak één stukje van je uitgaven weer zichtbaar

    Je hoeft je huishouden niet om te gooien. Het is genoeg als er ergens een plek is waar geld wel zichtbaar op raakt. Zakgeld in munten is daarvoor het makkelijkst: je kind krijgt op een vaste dag een paar munten, bewaart ze in een doorzichtige pot, en als ze weg zijn zijn ze weg. Dat is de hele les, en die kost je niets extra.

    Een tweede plek is de bakker of de markt. Geef bij één vaste boodschap per week het geld aan je kind en laat het zelf afrekenen. Het wisselgeld tellen jullie samen. Dat duurt twee minuten langer dan zelf pinnen, en het is het enige moment in de week waarop je kind de hele transactie ziet: geld eruit, product erin, rest terug.

    Zeg bij de pinautomaat niet "hier komt geld uit" maar "hier haal ik een stukje van mijn eigen geld op". Dat is één woord verschil en het verandert het hele plaatje: van een apparaat dat geld maakt naar een bewaarplaats van iets dat al van jou was.

    Penny doet boodschappen
    Bij de kassa gebeurt alles onzichtbaar. Eén zin hardop maakt er weer iets van dat je kind kan volgen.

    Praat hardop over wat er niet te zien is

    Omdat het afrekenen onzichtbaar is geworden, moet het geluid krijgen. Zeg af en toe hardop wat je doet terwijl je het doet: dit kost zeven euro, dat gaat straks van mijn rekening af, en daarom kopen we die andere niet. Je hoeft er geen les van te maken. Het gaat erom dat je kind hoort dat er een afweging plaatsvindt, want zien kan het die niet meer.

    Hetzelfde geldt voor betalen met de telefoon, voor een bezorgapp en voor een spelletje dat om geld vraagt. Elke keer dat jij iets betaalt zonder dat er iets zichtbaar weggaat, is een moment waarop je kind een verkeerde conclusie kan trekken. Eén zin erbij is genoeg.

    Oefenen waar het wel zichtbaar is

    Winkeltje spelen is hier nog steeds het sterkste middel, juist omdat er wel echte munten over tafel gaan. Een paar blikken uit de kast, prijskaartjes van een briefje, om de beurt klant en verkoper. Betalen, wisselgeld tellen, merken dat je portemonnee leeg is: allemaal in tien minuten aan de keukentafel.

    In Penny Family gaan meerdere missies precies hierover. In "Penny's Winkeltje" staat je kind zelf achter de kassa, "Eerste Kassa" gaat over betalen en wisselgeld terugkrijgen, en in "Piep! Betalen met de pas" komt pinnen aan bod, met daarbij het stuk dat in het echt onzichtbaar is: dat het geld ergens vandaan komt en dat er minder overblijft.

    Wanneer digitaal wel gaat werken

    Wijzer in geldzaken adviseert om je kind vanaf een jaar of 10 te leren afrekenen met pinnen. Dan is een eigen rekening of een zakgeld-app juist nuttig, omdat het aansluit bij hoe er in het echt betaald wordt. De volgorde is wat telt: eerst begrijpen dat geld opraakt, daarna leren dat dat ook geldt voor een getal op een scherm.

    Sla je die eerste stap over, dan leert een kind wel op knoppen drukken maar niet wat eronder zit. Die volgorde omdraaien is later een stuk lastiger dan hem nu aanhouden.

    Veelgestelde vragen

    Moet ik weer contant gaan betalen om dit te leren?

    Nee, en dat gaat ook niet lukken. Het punt is niet dat contant geld beter is, maar dat je kind ergens moet kunnen zien dat geld op raakt. Dat kan met een klein deel van je uitgaven, met zakgeld in munten, of met een doorzichtige spaarpot naast een digitale teller.

    Vanaf welke leeftijd snapt een kind pinnen?

    Dat verschilt per kind. Ga er bij een jong kind niet van uit dat het snapt dat het geld ergens vandaan komt en op kan raken. Help je kind eerst door geld zichtbaar te maken, en pas daarna met uitleg. Wijzer in geldzaken adviseert om je kind vanaf een jaar of 10 te leren afrekenen met pinnen.

    Waarom is zakgeld in munten beter dan op een app?

    Munten kan je kind zien en vasthouden. Vijf munten die weg zijn als je ze uitgeeft, zijn concreet; een getal dat kleiner wordt is dat niet. Wijzer in geldzaken zegt over contant zakgeld: zo leert je kind de waarde van geld kennen. Vanaf een jaar of 10 adviseert Wijzer in geldzaken ook pinnen, en dan is de combinatie het handigst.

    Mijn kind denkt dat de pinautomaat gratis geld geeft. Wat zeg ik?

    Vertel waar het geld vandaan komt in plaats van hoe de automaat werkt: dit is geld dat ik heb verdiend met werken, de bank bewaart het voor mij, en dit apparaat geeft er een stukje van terug. Laat daarna het bonnetje of het saldo zien, dan is het geen verhaal maar iets zichtbaars.

    Oefenen in de praktijk

    In de app oefent je kind dit zelf, in missies van een paar minuten. Gratis te beginnen, zonder reclame en zonder aankopen.

    Download in de

    App Store

    Binnenkort in Google Play

    Tot die tijd: werkt in je browser