Een envelop van opa en oma, geld in de schoen, een kaart met een briefje erin voor de verjaardag. Ineens heeft je kind meer geld dan het in weken zakgeld krijgt. Dat is een mooi moment om te oefenen, als je vooraf weet wie wat beslist.

Spreek af wat er met cadeaugeld gebeurt voordat het er is, niet als de envelop open op tafel ligt. Verdeel het samen in potjes, bijvoorbeeld uitgeven, sparen en delen, en laat je kind meebeslissen hoe groot elk potje is. Er is geen vaste verdeling die voor elk gezin klopt. Heeft de gever een wens, zoals sparen voor later, vertel dat dan aan je kind.
Zakgeld komt elke week of maand, en je kind went eraan. Cadeaugeld komt ineens, vaak in een keer veel, en het komt van iemand anders. Dat maakt het spannend: wie beslist er eigenlijk, jij, je kind of de gever?
Kinderen beslissen steeds vaker zelf. Volgens de Juniormonitor 2026 mag 58 procent van de kinderen uit groep 5 tot en met 8 vaak of altijd zelf kiezen hoe ze hun geld uitgeven. In 2011 was dat 51 procent. Tegelijk weet maar 39 procent altijd hoeveel geld ze hebben. Zelf kiezen gaat dus makkelijker dan overzicht houden, en precies dat kun je met cadeaugeld oefenen.
Een afspraak maken met een envelop vol geld op tafel is lastig. Je kind heeft dan al een plan, en elke regel voelt als iets afpakken. Praat er daarom een week van tevoren over, bijvoorbeeld als het verlanglijstje gemaakt wordt of als de schoen klaarstaat. Hoe groot het bedrag wordt, weet je vaak niet. Dat hoeft ook niet: je spreekt een verdeling af, geen bedrag.
Een verdeling die kinderen snappen, is die in drie potjes:
Hoe groot elk potje wordt, kies je samen. Er is geen verdeling die voor elk gezin klopt. Het gaat erom dat je kind ziet dat één bedrag meerdere dingen kan worden, maar niet allemaal tegelijk. Dat werkt bij een grote envelop, en net zo goed bij een paar euro.

Soms zegt de gever erbij waar het voor is: “voor later”, “voor je nieuwe fiets” of “koop er iets leuks van”. Vertel dat aan je kind. Dan leert het dat geld van iemand anders ook een afspraak met die persoon kan zijn. Willen opa en oma meer doen dan een envelop, dan kunnen ze samen met je kind een spaardoel kiezen, of het geld in muntjes geven. Muntjes kun je tellen en verdelen, een bedrag op een rekening niet. Lees ook waarom dat telt in je kind ziet nooit contant geld.
Van 4 tot 7 jaar werkt het het best met muntjes in echte potjes. Laat je kind ze zelf verdelen en tellen. Voor één ding uit het uitgeefpotje kiezen is al een hele oefening.
Van 8 tot 11 jaar kan het spaarpotje een doel krijgen met een plaatje en een prijs. Schrijf samen op hoeveel er al in zit, en hoeveel er nog bij moet.
Van 12 tot 16 jaar kun je cadeaugeld koppelen aan de dure maanden die nog komen. Denk aan verjaardagen van vrienden, een schoolreis of de feestdagen. Wie in december al weet wat er in het voorjaar nodig is, zet zelf iets opzij.

Dan is het op. Het Nibud zegt het bij zakgeld kort: op = op. Dat geldt ook hier. Vul niet bij, maar vraag later rustig wat je kind er nu van vindt. Een tegenvallende aankoop van eigen cadeaugeld leert vaak meer dan een preek vooraf. Gaat het steeds zo, lees dan je kind geeft al zijn geld meteen uit.
Niet elk kind krijgt cadeaugeld, en niet elk gezin geeft het. Dat is prima. Wat hierboven staat, werkt net zo goed met zakgeld, met een paar euro van een klusje, of met spelmuntjes. Zie ook geld leren als het krap is.
In Penny Family krijgt Penny vijf muntjes voor haar verjaardag en kiest ze zelf wat ze ermee doet. Timo verdeelt in De Drie Potjes zijn geld over uitgeven, sparen en delen. En tieners zetten met Mila in Mijn jaar de dure maanden in hun planner, met verjaardagen en december erbij.
Dat bepaal je samen. Zet je alles weg, dan oefent je kind niet met kiezen. Mag alles op, dan oefent het niet met wachten. Een deel sparen en een deel uitgeven geeft het allebei.
Een deel ervan zeker. Zelf kiezen is waar het van leert, ook als de keuze achteraf tegenvalt. Spreek vooraf af welk deel vrij is, dan hoef je niet bij elke aankoop te onderhandelen.
Bijvoorbeeld in drie potjes: uitgeven, sparen en delen. Hoe groot elk potje wordt, kies je samen met je kind. Er is geen vaste verdeling die voor elk gezin klopt.
Vraag of ze een wens hebben met het geld, en vertel die aan je kind. Willen ze iets meer doen dan een envelop, dan kunnen ze ook samen met je kind een doel kiezen of het geld in muntjes geven, zodat je kind het kan tellen.
Laatst bijgewerkt: oktober 2026. Geschreven door Koen en Max, makers van Penny Family. Wie dit maakt
Net begonnen? Lees eerst de startgids kinderen leren omgaan met geld.