Veel adviezen over geld en kinderen beginnen met een bedrag: zoveel zakgeld, zoveel sparen. Als er thuis weinig is, sluit dat meteen een deur. Toch kun je je kind ook dan veel over geld leren.

Geld leren hangt niet af van hoeveel geld er is. Kiezen, wachten, vergelijken en nee zeggen kun je oefenen met elk bedrag, en ook zonder zakgeld. In 2024 maakten 93 duizend minderjarige kinderen deel uit van een arm gezin, 2,8 procent (CBS, voorlopig cijfer). Wie geldbewust is, heeft niet per se geld: dat is wat een kind uit deze gesprekken meeneemt.
Ja. Wat een kind over geld moet leren, hangt niet af van de hoogte van het bedrag. Kiezen als niet alles kan, wachten op iets wat je wilt, prijzen vergelijken, een reclame doorzien: ook zonder veel geld kun je zulke keuzes oefenen. Kinderen in een gezin waar elke euro telt, zien die keuzes vaak van dichtbij. Dat is geen achterstand. Geldbewust zijn is niet hetzelfde als geld hebben.
Je bent niet de enige. Volgens het CBS maakten in 2024 93 duizend minderjarige kinderen deel uit van een arm gezin, evenveel als het jaar ervoor. Dat is 2,8 procent, een voorlopig cijfer.
Kort, eerlijk en zonder de zorgen erbij. Als je kind merkt dat er thuis minder mogelijk is, kan een korte uitleg duidelijkheid geven. Een zin als “we kiezen goed waar ons geld naartoe gaat, en dit kiezen we nu niet” zegt genoeg. Het kind hoeft niet te weten hoeveel er op de rekening staat, en het hoeft ook niet mee te denken over de oplossing. Dat blijft bij de volwassenen. Meer over zulke gesprekken staat bij praten over geld met je kind.

Meer dan je denkt. Zakgeld is een middel, geen voorwaarde. Deze oefeningen werken met elk budget, of zonder:
Krijgt je kind wel zakgeld, dan is elk bedrag goed om mee te oefenen, ook een klein bedrag of een bedrag dat niet elke week komt. Wat telt, is dat het kind er zelf over beslist. Geeft je kind het meteen uit, dan is dat ook een les, zie je kind geeft al zijn geld meteen uit.
Ja, en dat mag je kind ook zo horen. Een schoolreisje dat te duur is, een groepscadeau, een uitje met vrienden: niet meedoen is een geldige keuze, geen verlies. Help je kind met een zin die het zelf kan gebruiken, zoals “ik doe deze keer niet mee, volgende keer misschien”. En kijk samen naar wat wel kan: een zelfgemaakt cadeau, iets samen doen dat niets kost, of het onderdeel van het uitje dat gratis is. Vraag ook bij school na of er een regeling is.

Het Jeugdfonds Sport & Cultuur zegt het zelf het kortst: “Wij betalen de club als er thuis niet genoeg geld is.” Op de site van het Jeugdfonds lees je hoe een aanvraag in jouw gemeente loopt. Welke regelingen je gemeente zelf heeft, weet het sociaal team of de budgetcoach.
Voor budgetcoaches: begin een gesprek over kinderen en geld niet bij het zakgeld, maar bij wat het kind al doet. Kiest het weleens iets bij de boodschappen? Heeft het een verlanglijst? Daar zit de geldles al in, en een ouder hoort dan dat hij goed bezig is in plaats van wat er ontbreekt.
Wijzer in geldzaken heeft ouderpagina's per leeftijd over kinderen en geld. Het Nibud heeft de opvoedtest Financieel opvoeden, hoe dan?. Zie je kind thuis weinig contant geld, dan helpt geld uitleggen zonder contant geld.
In Penny Family oefenen kinderen met spelmuntjes, zodat het bedrag thuis niet de basis van de opdracht is. Bij Penny (4 tot 7) leert Penny's laatste muntje dat geld op kan en dat wachten ook een keuze is, en in Wat gaat er in de mand kiest je kind tussen twee dingen als niet alles kan. In Geven & Kiezen leren de jongsten dat een cadeautje muntjes kost en samen iets doen niet. Tieners van 12 tot 16 oefenen met Mila in Wel of Niet Nodig? wat ze echt willen. Hoe het voor de jongsten verder werkt, lees je bij leren omgaan met geld van 4 tot 7.
Nee. Zakgeld helpt, maar kiezen, vergelijken en wachten kun je ook oefenen bij de boodschappen of met een denkbeeldig bedrag. Het gaat om de keuze, niet om de hoogte van het bedrag.
Als je kind merkt dat er thuis minder mogelijk is, kan een eerlijke, korte uitleg die past bij de leeftijd duidelijkheid geven: we kiezen goed waar ons geld naartoe gaat. Het kind hoeft zich geen zorgen te maken over de oplossing; dat is aan de volwassenen.
Het Jeugdfonds Sport & Cultuur zegt: 'Wij betalen de club als er thuis niet genoeg geld is.' Op de site van het Jeugdfonds lees je hoe een aanvraag in jouw gemeente loopt.
Volgens het CBS maakten in 2024 93 duizend minderjarige kinderen deel uit van een arm gezin, evenveel als het jaar ervoor. Dat is 2,8 procent van alle minderjarigen. Het is een voorlopig cijfer.
Laatst bijgewerkt: oktober 2026. Geschreven door Koen en Max, makers van Penny Family. Wie dit maakt
In de app oefent je kind dit zelf, in missies van een paar minuten. Gratis te beginnen, zonder reclame en zonder aankopen.
Download in de
App Store
Binnenkort in Google Play
Tot die tijd: werkt in je browser