Kleuters leren niet uit een boekje, maar door te doen. Met Penny telt je kind muntjes, betaalt het in een speelwinkeltje en ziet het de spaarpot voller worden.

Tussen 4 en 7 jaar wordt de basis gelegd. Kinderen zien jou betalen, krijgen hun eerste muntjes en beginnen te snappen dat dingen geld kosten. Precies het moment om er op een lichte, vrolijke manier mee te oefenen.
In de app speelt je kind korte missies van een paar minuten: muntjes tellen, boodschappen doen in een speelwinkeltje, sparen voor een knuffelbeer. Alles wordt voorgelezen, dus lezen is niet nodig.
Verder lezen over deze leeftijd: geldspelletjes voor thuis, geld uitleggen zonder contant geld en kinderen leren omgaan met geld: waar je begint.
Het Nibud heeft leerdoelen over geld opgesteld vanaf 6 jaar, en daar werken scholen en lesmethodes mee. Voor een kind van 6 of 7 zijn dat precies de dingen hierboven: munten herkennen, afrekenen, wisselgeld, en snappen dat je geld maar één keer uitgeeft. Voor 4 en 5 jaar bestaan er geen leerdoelen. Daar loopt Penny dus voor op school, spelenderwijs en zonder dat het iets moet. Wat de kerndoelen over geld vragen
Voor een kind van vier is geld vooral magisch: het pasje van papa tovert geld uit de muur, en in de winkel geef je een muntje en krijg je er iets leuks voor terug. Dat er ergens gewerkt moet worden voor dat geld, en dat het op kan raken, is nog helemaal niet vanzelfsprekend.
Rond een jaar of vijf, zes begint dat te kantelen. Kinderen leren tellen, gaan ruilen op het schoolplein en ontdekken dat het ene speelgoed meer kost dan het andere. Dit is de leeftijd waarop de eerste geldlessen het diepst binnenkomen, juist omdat alles nog nieuw en spannend is.
Onderzoek naar financiële opvoeding wijst steeds dezelfde kant op: geldgewoontes worden al jong gevormd. Een kind dat vroeg oefent met kleine bedragen en kleine keuzes, hoeft later niet te oefenen met grote.
De app doet het oefenen, jij doet de praktijk. Deze gewoontes maken samen het verschil.
Een paar blikken uit de kast, prijskaartjes van een briefje en een schoenendoos als kassa. Om de beurt klant en verkoper spelen is de beste geldles die er bestaat, en hij is gratis.
Geef bij de bakker het muntje aan je kind en laat het zelf betalen. Het wisselgeld tellen jullie samen. Zo wordt betalen iets echts in plaats van iets dat ouders doen.
Een kleuter gelooft wat het ziet. In een doorzichtige pot zie je het spaargeld groeien, en dat werkt beter dan welk spaarsaldo op een schermpje dan ook.
Vanaf een jaar of vijf kun je beginnen met een klein vast bedrag per week. Niet om te sparen voor iets groots, maar om te oefenen met kiezen: het ene snoepje of het andere.
Zeg af en toe hardop wat jij beslist: dit is te duur, dit hebben we al, hier wachten we mee tot je verjaardag. Jouw keuzes zijn het lesmateriaal.
Elke missie heeft tien levels die met je kind meegroeien, van de eerste kennismaking tot expert.
Eén account voor het hele gezin: elk kind speelt met het maatje dat bij zijn leeftijd past.

Timo Tientje, voor de verkenners
Op de bovenbouw van de basisschool wordt geld echt: zakgeld, een eerste bankpas, sparen voor iets groots. Met Timo leert je kind er slim mee omgaan.
Lees de gids voor deze leeftijd
Mila Munt, voor de geldbouwers
Jongeren van 12 tot 16 zitten al middenin het echte geldleven: online shoppen, een bijbaantje, vrienden die overal aan meedoen. Met Mila leren ze er verstandig mee omgaan, zonder belerende lesjes.
Lees de gids voor deze leeftijd