Op de bovenbouw van de basisschool wordt geld echt: zakgeld, een eerste bankpas, sparen voor iets groots. Met Timo leert je kind er slim mee omgaan.

Tussen 8 en 11 jaar krijgen de meeste kinderen voor het eerst eigen geld. Dat is hét leermoment: wat doe je met je zakgeld, hoe spaar je voor iets dat meer kost dan één week zakgeld, en waarom lijkt die reclame zo aantrekkelijk?
Timo neemt je kind mee in herkenbare situaties: de supermarkt, de vlooienmarkt, het weekbudget. Je kind oefent met echte keuzes en ziet direct wat er gebeurt, zonder dat er thuis iets op het spel staat.
Verder lezen over deze leeftijd: hoeveel zakgeld je per leeftijd geeft, hoe je een kind leert sparen, zakgeld bijhouden met potjes of een app en kinderen leren omgaan met geld: waar je begint.
De missies van Timo volgen de leerdoelen die het Nibud opstelde voor kinderen van 9 tot 11 jaar, dezelfde waar scholen en lesmethodes mee werken. In de nieuwe kerndoelen voor het basisonderwijs krijgt dit onderwerp bovendien voor het eerst een eigen plek. Wat je kind hier speelt, ligt dus in het verlengde van de les. Wat de kerndoelen over geld vragen
Rond het achtste jaar valt alles samen: kinderen kunnen goed genoeg rekenen om met bedragen te werken, ze krijgen voor het eerst structureel eigen geld, en ze willen niets liever dan dingen zelf doen. Daarom noemen opvoedexperts dit de gouden leeftijd voor geldopvoeding.
Tegelijk is dit de leeftijd van verzamelrages, van vriendjes die alles al hebben en van reclame die precies weet wat je kind wil. Een kind van negen voelt de druk om mee te doen, maar mist nog het overzicht om zelf op de rem te trappen. Dat overzicht is precies wat je in deze jaren opbouwt.
Ook praktisch verandert er veel: veel kinderen krijgen tussen 8 en 11 hun eerste bankpas. Geld wordt daarmee onzichtbaarder, en juist dan is het belangrijk dat je kind al geleerd heeft dat er achter elk pasje echt geld zit.

De app doet het oefenen, jij doet de praktijk. Deze gewoontes maken samen het verschil.
Elke zaterdag, elke eerste van de maand, maakt niet uit, als het maar voorspelbaar is. Van een vast bedrag op een vast moment leert je kind plannen.
Verdeel het zakgeld bij ontvangst in potjes: uitgeven, sparen en een doel. Wat meteen apart staat, kan niet per ongeluk op raken. Dit is dezelfde techniek die volwassenen gebruiken.
Basiszakgeld is onvoorwaardelijk, maar extra klusjes mogen iets opleveren: auto wassen, bladeren vegen, flessen wegbrengen. Zo ervaart je kind dat werken loont.
Zie je samen een reclame, vraag dan: wat willen ze je hier verkopen, en hoe proberen ze dat? Kinderen die reclametrucs kunnen benoemen, trappen er veel minder in.
Zakgeld op voor het weekend? Vervelend, maar niet bijspringen. Eén week zonder leert meer dan tien goede gesprekken. Het is oefengeld: nu mag het nog misgaan.
Elke missie heeft tien levels die met je kind meegroeien, van de eerste kennismaking tot expert.
Eén account voor het hele gezin: elk kind speelt met het maatje dat bij zijn leeftijd past.

Penny, voor de jongste ontdekkers
Kleuters leren niet uit een boekje, maar door te doen. Met Penny telt je kind muntjes, betaalt het in een speelwinkeltje en ziet het de spaarpot voller worden.
Lees de gids voor deze leeftijd
Mila Munt, voor de geldbouwers
Jongeren van 12 tot 16 zitten al middenin het echte geldleven: online shoppen, een bijbaantje, vrienden die overal aan meedoen. Met Mila leren ze er verstandig mee omgaan, zonder belerende lesjes.
Lees de gids voor deze leeftijd