Je kind ziet een klasgenoot iets kopen en vraagt: krijg ik ook zakgeld? Is dat al te vroeg? Of je kind is twaalf en heeft het nog nooit gehad: ben je dan te laat? Wanneer je begint en wanneer je stopt, staat nergens vast. Dit zijn de richtlijnen, en zo bepaal je wat bij jouw kind past.

Begin rond zes jaar. Het Nibud en Wijzer in geldzaken noemen die leeftijd; volgens het Nibud herkennen kinderen dan de verschillende munten. Met vier of vijf jaar kan een klein oefenbedrag al. Later beginnen kan ook. Er is geen vaste eindleeftijd: het Nibud noemt richtbedragen tot en met 18 jaar, daarna spreek je samen af wat je kind zelf betaalt.
Wijzer in geldzaken zegt het kort: geef je kind zakgeld vanaf ongeveer zes jaar. Het Nibud geeft de reden: kinderen herkennen dan de verschillende munten. Voor zes jaar noemt het Nibud een richtbedrag van € 1,20 tot € 2,30 per week.
Zes is een richtlijn, geen regel. Er is geen wet die zegt wanneer je moet beginnen. Het ene kind van vijf snapt al precies wat een munt doet, het andere kind van zeven heeft nog geen idee. Daarom helpt het om naar je eigen kind te kijken.
Dit is onze eigen vuistregel, geen officiële meetlat. Stel jezelf drie vragen:
Herkent je kind de munten? Niet alle bedragen uitrekenen, wel weten dat een munt van twee euro meer is dan een munt van vijftig cent.
Snapt je kind dat betaald ook echt weg is? Laat het een keer zelf afrekenen bij de bakker. Kijkt het verbaasd als de munt in de la van de kassa verdwijnt, dan is dat al een eerste les.
Wil je kind zelf iets kopen? Zonder eigen wens blijft zakgeld een getal. Vraagt je kind in de winkel steeds om iets kleins, dan heb je een mooi begin.
Geldgewoonten beginnen al voor het zevende jaar te ontstaan (Money and Pensions Service). Dat betekent niet dat een kleuter een budget nodig heeft. Wil je alvast oefenen, geef dan een klein bedrag, zoals vijftig cent per week, in een doorzichtige pot. Je kind ziet de pot voller worden en kan er iets mee kopen. Meer is nog niet nodig.
In Penny Family oefent een kind van vier tot zeven eerst in een spel, met muntjes in plaats van echt geld. In de missie Spaar voor een speeltje! ziet het hoe wachten iets oplevert.
Is je kind acht, tien of twaalf en heeft het nog nooit zakgeld gehad? Dan ben je niet te laat. Begin met het richtbedrag voor die leeftijd, dat vind je in de gids over zakgeld per leeftijd. Houd het lijstje van wat je kind zelf betaalt eerst kort. Een kind dat op twaalf begint, hoeft niet meteen maandgeld te krijgen: een paar maanden per week oefenen mag ook.
Kies een bedrag en een vaste dag. Het Nibud adviseert steeds hetzelfde bedrag op een vast tijdstip. Spreek af wat je kind ervan betaalt, en dat op op is: geen voorschot, niet bijspringen. Zet het daarna op papier, want dat noemt het Nibud slim. Dan kun je er later naar wijzen. Daarvoor kun je ons zakgeldcontract invullen en printen.
Reken erop dat het de eerste weken misgaat. Je kind geeft alles op dag één uit en heeft de rest van de week niets. Dat is geen teken dat het te vroeg is. Dat is precies waar zakgeld voor bedoeld is.
Ook hier staat niets vast. Het Nibud noemt richtbedragen tot en met 18 jaar, op die leeftijd € 40 tot € 50 per maand. Twee dingen veranderen rond die tijd vaak vanzelf. Van de 17- en 18-jarige scholieren heeft 73% een bijbaan (Nibud, Betaalgedrag scholieren 2025). En de kinderbijslag stopt als je kind 18 wordt (SVB).
Van de ene op de andere maand stoppen voelt voor een tiener als straf. Afbouwen werkt rustiger. Schuif om de zoveel tijd iets naar je kind: eerst betaalt het zelf uitgaan, dan zijn telefoon, later zijn kleding. Spreek af op welk moment wat verandert, bijvoorbeeld op de verjaardag of bij een eerste bijbaan. Wat een tiener mag verdienen, staat in bijbaantjes per leeftijd.
Gebruik het zakgeld niet als drukmiddel. Wijzer in geldzaken is daar duidelijk over: geen straf en geen beloning. Volgens het Nibud is zakgeld ook geen loon. Wie het inhoudt na een slecht cijfer, leert zijn kind dat geld over gedrag gaat, niet over kiezen.
Twijfel je over het moment? Vraag het je kind. "Wat zou jij zelf willen betalen?" levert vaak een beter gesprek op dan een aankondiging.
Rond zes jaar. Dat adviseren het Nibud en Wijzer in geldzaken. Volgens het Nibud herkennen kinderen dan de verschillende munten.
Ja, als oefening. Een klein bedrag, bijvoorbeeld vijftig cent per week in een doorzichtige pot, is dan genoeg. Het gaat op die leeftijd om het vaste moment, niet om het bedrag.
Nee. Ook met tien of twaalf jaar kun je beginnen. Kijk naar het richtbedrag voor die leeftijd, spreek af wat je kind ervan betaalt en begin met een overzichtelijk lijstje.
Daar is geen regel voor. Het Nibud noemt richtbedragen tot en met 18 jaar. Rond die leeftijd heeft een groot deel van de scholieren een bijbaan en stopt de kinderbijslag. Spreek dan samen af wat je kind zelf gaat betalen.
Dat mag je zelf bepalen. Je kunt het stapsgewijs afbouwen naarmate het eigen inkomen groeit. Spreek af wat daarvoor in de plaats komt, bijvoorbeeld dat je kind zelf zijn telefoon of uitgaan betaalt.
Het Nibud en Wijzer in geldzaken raden dat af. Zakgeld is geen loon en geen middel om te straffen. Stop je ermee om een andere reden, spreek dat dan vooraf samen af.
Laatst bijgewerkt: november 2026. Geschreven door Koen en Max, makers van Penny Family. Wie dit maakt