Je wilt iets opzijzetten voor later. Voor een studie, een rijbewijs of gewoon een buffer als je kind het huis uit gaat. De eerste vraag is dan niet bij welke bank, maar op wiens naam. Daar hangt meer aan dan je zou denken: wie er straks over beslist, wat er op de achttiende verjaardag gebeurt en hoe het zit met de belasting.

Spaar je op je eigen naam, dan blijft het geld van jou en bepaal jij later wanneer je het geeft. Spaar je op naam van je kind, dan is elke storting een schenking en mag je kind er vanaf 18 jaar zelf over beslissen (Wijzer in geldzaken). Voor de belasting maakt het tot 18 jaar weinig uit: het vermogen van een minderjarig kind telt mee bij de ouder met het gezag (Belastingdienst). Ouders mogen hun kind in 2026 samen € 6.908 per jaar belastingvrij schenken.
Allebei kan, en geen van beide is fout. Het verschil zit in één vraag: wil je dat het geld echt van je kind is, of wil je zelf het moment kiezen waarop je het geeft? Wijzer in geldzaken zet het kort op een rij: staat het op naam van je kind, dan beslist je kind er zelf over zodra het meerderjarig is. Spaar je op je eigen naam, dan beslis jij wanneer je het geld geeft.
| Op jouw naam | Op naam van je kind | |
|---|---|---|
| Van wie is het geld? | Van jou | Van je kind |
| Wie beslist tot 18 jaar? | Jij | Jij, als beheerder voor je kind |
| Wat gebeurt er op 18 jaar? | Niets, jij kiest het moment | Je kind beslist zelf, jij kunt er niet meer bij |
| Schenkbelasting? | Pas als je het later geeft | Elke storting is een schenking |
| Box 3 tot 18 jaar? | Telt bij jou | Telt ook bij jou (de ouder met gezag) |
| Terugdraaien? | Niet nodig | Kan tot 18, maar het was al geschonken |
Kies je eigen naam als je niet weet hoe je kind er op zijn achttiende voor staat, als je het geld misschien zelf nog nodig hebt, of als je het later in delen wilt geven. Je houdt dan ook de ruimte om het eerlijk te verdelen tussen broers en zussen.
Kies de naam van je kind als je zeker weet dat het geld voor je kind is en dat ook zo wilt vastleggen. Een eigen rekening maakt het ook makkelijker voor opa en oma om mee te sparen, en je kind kan later zien wat er voor hem of haar is opzijgezet.
Tot de achttiende verjaardag beheer jij als ouder het geld op de rekening van je kind. Daarna niet meer. Je kind mag dan zelf beslissen wat ermee gebeurt, en jij kunt niet meer bij de rekening (Wijzer in geldzaken). Dat is de reden dat sommige ouders twijfelen. Een flink bedrag in één keer, op een leeftijd waarop een scooter of een reis heel aantrekkelijk is.
Spaar je op je eigen naam, dan speelt dat niet. Je kunt dan bijvoorbeeld afspreken dat het geld er is voor de studie, en het geven wanneer die begint. Wijzer in geldzaken noemt ook de tussenweg: tot de achttiende verjaardag kun je nog besluiten het geld van de rekening van je kind naar je eigen naam te zetten. Reken er dan wel op dat het al geschonken was, dus vraag bij twijfel de BelastingTelefoon wat dat voor jou betekent.

Ja, bij jou. Is je kind op 1 januari jonger dan 18, dan geeft de ouder met het ouderlijk gezag de bezittingen van het kind aan in de eigen aangifte, in box 3. Zijn jullie uit elkaar en hebben jullie allebei het gezag, dan geeft ieder de helft aan. Ben je de enige met het gezag, dan geef je alles aan (Belastingdienst).
Voor de meeste gezinnen merk je daar niets van. In 2026 betaal je pas belasting in box 3 boven € 59.357 per persoon, met een fiscale partner samen het dubbele (Belastingdienst, box 3 in 2026). Het spaargeld op naam van je kind verschuiven om belasting te besparen werkt tot de achttiende verjaardag dus niet: het telt toch bij jou.
Geld storten op de rekening van je kind is een vorm van schenken. Ouders mogen hun kind in 2026 € 6.908 per jaar belastingvrij schenken. De Belastingdienst ziet beide ouders daarbij als één schenker, ook als je gescheiden bent (Belastingdienst). Komt alles bij elkaar boven de vrijstelling uit, dan betaalt je kind schenkbelasting over het deel erboven.
Voor wie elke maand een vast bedrag of de kinderbijslag opzijzet, is die grens zelden een probleem. Het wordt pas een vraag bij een groot bedrag in één keer. Er bestaan ook eenmalig hogere vrijstellingen, maar die zijn voor kinderen van 18 tot 40 jaar of voor een studie van minstens € 20.000 per jaar, met extra voorwaarden (Belastingdienst, schenken in 2026).
Veel grootouders willen iets opzijzetten voor hun kleinkind. Ze kunnen op de rekening van je kind storten, of zelf op hun eigen naam sparen en het later geven. Op naam van het kind is elke storting een schenking. Voor opa en oma is in 2026 € 2.769 per jaar belastingvrij, ieder apart (Belastingdienst).
Spreek vooraf af waar het geld voor is. Dan weet iedereen waar hij aan toe is, ook als er later een broertje of zusje bij komt. Voor cadeaugeld dat je kind zelf in handen krijgt, lees cadeaugeld van Sinterklaas of opa en oma.
Wil je dat niemand er tussentijds aankomt, ook jij niet? Dan bestaat er de BEM-clausule. BEM staat voor Belegging Erfenis en andere gelden Minderjarigen. Het geld op zo'n rekening staat vast: opnemen kan alleen met toestemming van de kantonrechter. De rente mag er wel tussentijds af, en de clausule vervalt in de regel vanzelf als je kind 18 wordt (Belastingdienst). Hij wordt vooral gebruikt bij een erfenis of schadevergoeding.
Ook gewone kinderspaarrekeningen hebben soms voorwaarden: je mag het geld niet zomaar opnemen, of je moet een vast bedrag per maand of per jaar storten. Lees die voorwaarden voordat je een rekening opent (Wijzer in geldzaken).
Een vast bedrag bestaat niet, en niemand anders kan dat voor je bepalen. Wel helpt het om een doel te kiezen. Het Nibud noemt als richtbedrag dat studeren ongeveer € 1.000 per maand kost, afhankelijk van of je kind thuis woont en wat het gaat doen (Nibud). Je hoeft dat niet alleen te dragen: je kind heeft dan vaak een bijbaan of studiefinanciering.
Veel ouders kiezen ervoor om de kinderbijslag, of een deel ervan, opzij te zetten. Die krijg je elk kwartaal tot je kind 18 is. Dit zijn de bedragen per kind per kwartaal in 2026 (SVB):
| Leeftijd | Kwartaal 1 en 2 | Kwartaal 3 en 4 |
|---|---|---|
| 0 tot en met 5 jaar | € 295,07 | € 298,40 |
| 6 tot en met 11 jaar | € 358,30 | € 362,35 |
| 12 tot en met 17 jaar | € 421,53 | € 426,29 |
Kun je dat niet missen, dan is dat geen falen. Kinderbijslag is bedoeld voor de kosten van je kind, en luiers, schoenen en de sportclub zijn ook kosten van je kind. Een klein vast bedrag dat je volhoudt is meer waard dan een groot bedrag dat na drie maanden stopt.
Een spaarrekening voor de studie is goed voor later, maar je kind leert er nu niets van. Een kind van zes ziet geen getal op een bankapp groeien. Het ziet wel een pot die voller wordt. Daarom werken veel gezinnen met twee potten.
De lange pot is van jou of op naam van je kind, en daar komt je kind voorlopig niet aan. Die is voor de studie, het rijbewijs of de eerste huur.
De korte pot is van je kind zelf. Daar gaat een deel van het zakgeld of het verjaardagsgeld in, en je kind spaart er voor iets wat het zelf wil: een knuffel, een spel, een fiets. Dat duurt weken, geen jaren. Precies daar leert je kind wachten en kiezen.

Een kleuter kijkt een paar weken vooruit, geen jaren. Een spaardoel van achttien jaar zegt een kind van vijf dus niets, een doel van drie weken wel. Hoe je dat thuis aanpakt, staat in hoe je een kind leert sparen.
Er is geen goed of fout moment, maar wacht niet tot de dag dat de rekening openvalt. Een kind dat op zijn achttiende ineens hoort dat er een bedrag klaarstaat, heeft daar nooit over na hoeven denken. Rond twaalf jaar kun je vertellen dat er iets voor later is, en waarvoor. Rond vijftien kun je samen kijken wat het geworden is en wat er gebeurt als je het laat staan. Zo wordt dat geld een les in plaats van een verrassing.
Belastingregels en bedragen veranderen elk jaar. Dit artikel geeft uitleg, geen persoonlijk advies. Gaat het om een groot bedrag, een erfenis of een schenking met voorwaarden, vraag het dan na bij de Belastingdienst of een notaris.
Dat hangt af van wat je belangrijk vindt. Op je eigen naam houd je de regie en kies je zelf wanneer je het geld geeft. Op naam van je kind is het geld echt van je kind en beslist het er vanaf 18 jaar zelf over. Voor de belasting maakt het tot 18 jaar weinig uit, omdat het vermogen van je kind dan bij jou meetelt.
Staat het geld op naam van je kind, dan mag je kind er vanaf 18 jaar zelf over beslissen. Jij kunt dan niet meer bij de rekening. Staat het op jouw naam, dan verandert er niets: jij kiest wanneer je het geeft.
Ja. Is je kind op 1 januari jonger dan 18, dan geeft de ouder met het ouderlijk gezag het vermogen van het kind aan in box 3. Hebben gescheiden ouders allebei het gezag, dan geeft ieder de helft aan. Het heffingsvrij vermogen is in 2026 € 59.357 per persoon.
Ouders mogen hun kind in 2026 € 6.908 belastingvrij schenken. De Belastingdienst ziet beide ouders samen als één schenker. Voor opa, oma en anderen is de vrijstelling € 2.769 per jaar.
Ja. Kinderbijslag is een bijdrage in de kosten van de verzorging van je kind tot 18 jaar. Je mag hem uitgeven of opzijzetten, dat bepaal je zelf. Zet je hem op naam van je kind, dan is dat wel een schenking.
Een vast bedrag bestaat niet. Het Nibud noemt als richtbedrag dat studeren ongeveer € 1.000 per maand kost, afhankelijk van of je kind thuis woont en welke studie het doet. Je kind kan daar zelf ook aan bijdragen, met een bijbaan of studiefinanciering.
Bij een rekening met een BEM-clausule staat het geld vast: opnemen kan alleen met toestemming van de kantonrechter, en de clausule vervalt meestal vanzelf als je kind 18 wordt. Die wordt vooral gebruikt voor een erfenis of schadevergoeding. Sommige kinderspaarrekeningen hebben ook voorwaarden waardoor je het geld niet zomaar opneemt.
Ja. Opa en oma kunnen op een rekening van je kind storten, of zelf op hun eigen naam sparen en het later geven. Op naam van het kind telt elke storting als schenking; voor hen is in 2026 € 2.769 per jaar belastingvrij.
Laatst bijgewerkt: november 2026. Geschreven door Koen en Max, makers van Penny Family. Wie dit maakt
Net begonnen? Lees eerst de startgids kinderen leren omgaan met geld.