Bij een kind van zestien kan bijna het hele kledingbudget over. De uitschieters zijn dan het echte gespreksonderwerp: een winterjas of sportschoenen kosten in één keer meer dan een maand kleedgeld.

Voor een kind van 16 is € 45 tot € 60 per maand een werkbaar kleedgeld. Bijna alles, behalve de winterjas en sportkleding. Grote uitschieters buiten het budget houden werkt beter dan een hoger bedrag geven. Anders spaart je kind maandenlang voor een jas in plaats van te leren verdelen.
Wel: Bijna alles, behalve de winterjas en sportkleding.
Niet: De winterjas en sportkleding, plus ondergoed en sokken als jullie dat zo houden.
Het bedrag en het pakket horen bij elkaar. Schuif je er meer onder, dan hoort het bedrag omhoog; houd je de winterjas erbuiten, dan mag het lager. De volledige ladder van twaalf tot achttien staat op de hoofdpagina over kleedgeld, samen met wat volgens het Nibud minimaal nodig is voor een compleet kledingpakket.
Met 55 euro per maand heeft je kind 660 euro per jaar. Dat klinkt ruim, tot je het uitschrijft: twee jeans (100 euro), sneakers (85), vijf shirts (75), twee truien (90), een zomerbroek en zwemkleding (60), en ondergoed als dat erbij hoort (40). Dat is 450 euro aan gewone dingen. Er blijft 210 euro over voor alles wat tussendoor komt: een feest, een kapotte rits, iets wat gewoon mooi is. Het budget loopt vast in de maanden waarin twee grote dingen samenvallen, bijvoorbeeld september en december. Wie in het voorjaar 20 euro per maand laat staan, komt daar zonder gedoe doorheen.
Discussie over kleedgeld gaat vaak niet over het bedrag maar over de grenzen: valt dit er nou onder of niet? Op de hoofdpagina staat een afsprakenblad van zeven regels dat je kunt afdrukken en samen invullen. Tien minuten werk, en daarna wijs je ernaar in plaats van erover te discussiëren.
Bij een kind van zestien gaat het niet meer om één aankoop, maar om een heel jaar. Je kind leert vooruitkijken: wat komt eraan, en wat leg ik daarvoor opzij? Dat is dezelfde vaardigheid die het over twee jaar nodig heeft voor huur en vaste lasten. Mila oefent het in Mila's Doelrace, waar vrienden je van je spaardoel af proberen te praten, en in Koop Nu, Betaal Later, waar je ziet wat uitstellen van betalen echt kost.
Gaat het budget de eerste maanden mis, maak de periode dan korter in plaats van het bedrag hoger. Twee keer per maand hetzelfde totaal is vaak makkelijker te overzien dan één keer.
Kleedgeld groeit mee. Zo loopt de ladder rond deze leeftijd: 12 jaar 15 tot 25 euro, 13 jaar 20 tot 30 euro, 14 jaar 30 tot 40 euro, 15 jaar 35 tot 50 euro, 16 jaar 45 tot 60 euro, 17 jaar 55 tot 70 euro en 18 jaar 70 tot 80 euro. Alles per maand.
Vijfenveertig tot zestig euro per maand voor bijna alles, met de winterjas en sportkleding erbuiten. Grote uitschieters buiten het budget houden werkt beter dan het bedrag verhogen.
Dat spreek je samen af. Een jas kost in één keer meer dan een maandbedrag, dus je kind zou er maanden voor moeten sparen en ondertussen niets anders kunnen kopen. Betaal hem apart, of spreek af dat jullie hem samen betalen.
Het Nibud noemt geen vast bedrag per leeftijd. Wel zegt het Nibud dat een compleet kledingpakket minimaal 75 euro per maand kost. En onder scholieren die kleedgeld krijgen, is het middelste bedrag 50 euro per maand (Nibud, Betaalgedrag scholieren 2025). Het bedrag op deze pagina, € 45 tot € 60 per maand, is ons richtbedrag: het hoort bij een kleiner pakket dan alles, en groeit met de jaren mee naar die Nibud-norm.
Laatst bijgewerkt: oktober 2026. Geschreven door Koen en Max, makers van Penny Family. Wie dit maakt
Net begonnen? Lees eerst de startgids kinderen leren omgaan met geld.